DRPP
Klein maar zonder grenzen
Kimberley CABO Advocaat

Advocaat aan de Balie te Dendermonde sinds oktober 2014. Nederlands, Engels en Frans. (voor meer uitleg klik op beeld)

naar overzicht

DE BENADELING BIJ OUDERLIJKE BOEDELVERDELING

Kort geschetst

Een ouderlijke boedelverdeling, ook wel ascendentenverdeling genoemd, is een akte onder de levenden of bij testament waarmee de ascendenten hun goederen of een deel ervan onder hun afstammelingen verdelen. De boedelverdeling kan enkel door middel van een schenking of bij testament.

Er is dus sprake van een echte verdeling waarbij de ‘kavels’ reeds op voorhand worden samengesteld. De verdeler zal dus gaan bepalen wie welke goederen zal krijgen. 

Dit is belangrijk in het kader van successieplanning. Immers op deze manier wordt de versnippering van bepaalde goederen tegengegaan. 

De geldigheidsvoorwaarden zijn o.a. dat de verdeling enkel kan plaatsvinden tussen ascendenten en descendenten, zijnde dus de ouders en de kinderen.

Verder dient er ook een werkelijke verdeling plaats te vinden waardoor de onverdeeldheid ophoudt. Dergelijke constructie dient dan ook te worden onderscheiden van een bijzonder legaat, waarbij de erflater specifieke goederen toebedeeld aan een bepaalde erfgenaam, en de overige goederen worden verdeeld volgens het wettelijk erfrecht. 

De verdeler heeft de keuze of hij als zijn goederen opneemt in de verdeling of slechts een deel ervan. De niet opgenomen goederen worden dan na overlijden verdeeld volgens het wettelijk erfrecht. 

De ouderlijke boedelverdeling moet worden gemaakt met in acht name van de vormen, voorwaarden en regels die zijn voorgeschreven met betrekking tot de schenkingen en testamenten. 

Toch wordt deze techniek weinig toegepast omwille van de aanvechtingsmogelijkheden. Zo is de boedelverdeling vernietigbaar wegens het overslaan van een kind, en wegens benadeling voor meer dan een vierde.  (Artikelen 1078 en 1079 B.W.)

Het instellen van een vordering wegens benadeling voor meer dan een vierde is dus slechts mogelijk indien de waarde van de kavel kleiner is dan drie vierde van het hoofdelijk aandeel in de verdeling.