DRPP
Klein maar zonder grenzen
Kimberley CABO Advocaat

Advocaat aan de Balie te Dendermonde sinds oktober 2014. Nederlands, Engels en Frans. (voor meer uitleg klik op beeld)

naar overzicht

VERDOKEN MEERWINSTEN

Opeenstapeling van vemoedens door de fiscus

1. Verdoken meerwinsten zijn verzwegen of verborgen winsten die door de fiscus worden vastgesteld. Deze winsten zijn niet begrepen in het boekhoudkundig resultaat van de vennootschap en kunnen er ook niet in worden teruggevonden.

In het Wetboek van de Inkomstenbelastingen worden deze verdoken meerwinsten onderworpen aan een afzonderlijke aanslag, meer bepaald 103 %. (Zie artikel 219 WIB 92)  Dit loopt dus al snel op, reden waarom de fiscus deze afzonderlijke aanslag uiteraard tracht toe te passen. 

 

2. Inzake vennootschapsbelasting werden aan de fiscus bepaalde middelen ter beschikking gesteld om het bestaan en de omvang van de belastingschuld te gaan bepalen. Een belangrijk middel is het vermoeden, wat inhoudt dat men gevolgtrekkingen gaat afleiden uit een gekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

Zo zal de fiscus op basis van bijvoorbeeld een standaardbepaling in de factuurvoorwaarden dat er een voorschot dient te betaald worden van een bepaald percentage, besluiten dat in gevallen waarin er geen voorschot werd betaald - wat uiteraard steeds mogelijk is afhankelijk van de noodwendigheden van de klant en/of het bedrijf – er een verdoken meerwinst is. 

De fiscus zal dan gaan redeneren dat de voorschotregeling een bekend feit is waaruit zij afleidt dat, ingeval er minder werd gefactureerd dan de oorspronkelijke offerte, de vennootschap tot het verschil tussen de oorspronkelijke offerte en de uiteindelijke factuur heeft ontvangen. 

 

3. Welnu, wanneer de fiscus een vermoeden hanteert dient zij het bekend feit aan te tonen waarop zij zich heeft gebaseerd. De administratie moet dus op basis van vaststaande gegevens, via een logische redenering kunnen besluiten tot een ongekend feit. Dit bekend feit moet dan ook werkelijk bekend zijn, wat inhoudt dat er geen betwisting mag bestaan over de materiële werkelijkheid. 

Zo er bijvoorbeeld wel ernstige betwisting is over deze voorschotregeling en er kan worden aangetoond dat deze niet altijd wordt toegepast, dan vormt deze regeling geen gekend feit waarop de fiscus zich kan baseren om te stellen dat er verdoken meerwinsten zijn. 

Dit vormt dan in feite een ongeoorloofde opeenstapeling van vermoedens. 

 

4.  Indien een geschil in deze zin wordt voorgelegd aan een Rechtbank, en er zeer zorgvuldig kan worden aangetoond dat het feit waarop de fiscus zich baseert om de aanslag te vestigen voor ernstige betwisting vatbaar is en niet overeenstemt met de werkelijkheid, kan door de Rechtbank worden besloten dat er sprake is van een ongeoorloofde opeenstapeling van vermoedens en de aanslag van de fiscus op die grond vernietigen.