DRPP
Klein maar zonder grenzen

VERPLICHTE VERBEURDVERKLARING IN STRAFZAKEN

Verplichte verbeurdverklaring in strafzaken

De verbeurdverklaring

In strafzaken kan de strafrechter bij misdaad of wanbedrijf overgaan tot bijzondere verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen, in sommige gevallen is dit zelfs verplicht, namelijk bij goederen als in 1° en 2° hieronder en ook in geval van witwassen vermogensvoordelen.

Bij een overtreding wordt de verbeurdverklaring slechts uitgesproken in de gevallen bij wet bepaald.

De verbeurdverklaring is eigenlijk een bijkomende straf, naast de hoofdstraf, met als doel bepaalde zaken aan het eigendom van de veroordeelde te onttrekken, namelijk:

1. de zaken die het voorwerp van een misdrijf uitmaken, en die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn,

Bijvoorbeeld: de aangekochte drugs, met bedrog verkochte koopwaar, geld dat door oplichting werd verkregen,… het moordwapen, voertuig voor ontvoering, valse sleutel, computer voor hacking,…


2. de zaken die uit het misdrijf voortkomen,
Bijvoorbeeld: nagemaakte bankbiljetten, valse eetwaren,…
 

Belangrijk is de voorwaarde dat zij eigendom van de veroordeelde moeten zijn. Gestolen goederen kunnen m.a.w. nooit het voorwerp uitmaken van een verbeurdverklaring daar deze niet het eigendom zijn van de veroordeelde.


3. de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf verkregen zijn, goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en inkomsten uit de belegde voordelen.

Bijvoorbeeld: intresten uit belegde nagemaakt bankbiljetten, met gestolen geld aangekochte wagen.


Waar de goederen zich bevinden op het ogenblik van verbeuring speelt bovendien geen rol, deze kunnen zich dus ook in het buitenland bevinden.

Indien de zaken evenwel niet teruggevonden kunnen worden in het vermogen van de veroordeelde, dan zal de verbeurdverklaring betrekking hebben op een daarmee overeenstemmend bedrag.

De rechter heeft steeds de mogelijkheid om de bedragen te verminderen zodat de veroordeelde geen onredelijk zware straf opgelegd krijgt. Bovendien heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat hij zelfs verplicht is dit te doen indien de verbeurdverklaring dermate afbreuk kan doen aan de financiële toestand van de persoon aan wie ze is opgelegd zodat ze een onevenredige maatregel vormt ten aanzien van het ermee nagestreefde wettige doel, waardoor ze bovendien een schending uitmaakt van het eigendomsrecht.

In sommige gevallen zal reeds overgegaan zijn tot strafrechtelijk beslag (inbeslagname) van bepaalde goederen. Dit strafrechtelijk beslag maakt evenwel geen eigendomsoverdracht uit, maar is een louter bewarende maatregel in het kader van het vooronderzoek. De goederen hoeven ook helemaal niet eerst het voorwerp van een beslag uitmaken om later naar aanleiding van de veroordeling verbeurd te kunnen worden verklaard.

Naast bovenstaande zaken kan ook de verbeurdverklaring ook slaan op de aangroei van het vermogen over een periode van 5 jaar voorafgaand aan de in verdenkingstelling van de persoon, zonder dat moet bewezen worden dat de vermogensaangroei een criminele oorsprong heeft ( de “kaalplukwet”).

Deze verruimde verbeurdverklaring kan enkel uitgesproken in geval van veroordeling tot o.a. volgende misdrijven:

  • Publieke/ private omkoping,
  • Drughandel, mensenhandel, toedienen van hormonen aan dieren,
  • Strafbare feiten gepleegd in het kader van een criminele organisatie (jeugdbederf, prostitutie, zware diefstal, roofmoord, wapenhandel),
  • Strafbare feiten gepleegd in het kader van ernstige en georganiseerde fiscale fraude (btw-carrousels),
  • Ook ingeval bepaalde strafbare feiten gepleegd zijn in het raam van een criminele organisatie,
  • En ingeval de strafbare feiten wegens de ernst, de finaliteit en de onderlinge afstemming de rechter toelaten te besluiten dat deze feiten gepleegd werden in het kader van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omvang werden aangewend.

Bovendien kan deze verruimde verbeurdverklaring uitgesproken worden niet enkel tegen de dader, maar ook de mededaders en medeplichtigen. Intussen is wel een uitspraak tussengekomen van het Grondwettelijk Hof welke het art. 43, eerste lid Sw. als strijdig ziet met de artt. 10 en 11 GW, in samenhang gelezen met het artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het EVRM wanneer de verbeurdverklaring dermate afbreuk doet aan de financiële toestand van de betrokken persoon dat ze een schending van het eigendomsrecht inhoudt (Nullum Crimen, juni 2017, pag. 253).

Het vermogen dat ter beschikking staat van een criminele organisatie moet in elk geval verbeurd verklaard worden, onder voorbehoud uiteraard van de rechten van derden te goeder trouw (zie verder).

Rechten van de burgerlijke partij en derden

Het kan voorvallen dat de goederen die in aanmerking komen voor verbeurdverklaring niet het eigendom uitmaken van de veroordeelde maar wel van de burgerlijke partij.

In dit geval zullen de desbetreffende goederen aan haar worden teruggegeven. Ook de goederen of waarden die in de plaats gesteld werden zullen toekomen aan de burgerlijke partij. Indien de goederen niet meer teruggevonden worden in het vermogen van de veroordeelde dan wordt de geschatte geldwaarde ervan in de plaats verbeurdverklaard en zal deze dan toekomen aan de burgerlijke partij.

Ook indien de zaken toekomen aan een derde of indien een schuldeiser aanspraken heeft op een welbepaald vermogensbestanddeel kan deze zijn rechten laten gelden.

In sommige gevallen zullen de goederen reeds het voorwerp geweest zijn van een strafrechtelijk beslag zodat de derde kennis heeft van de procedure.

Hij kan dan zijn aanspraak laten gelden voor de bevoegde rechtbank. Deze aanspraken worden dan onderzocht.

Hij kon ook al vroeger zijn aanspraak laten gelden voor de procureur des Konings indien er een opsporingsonderzoek lopende was. Dit gebeurt bij een met redenen omkleed verzoekschrift.

Door de wetgever werd een termijn van 90 dagen ingevoerd tussen het in kracht van gewijsde treden van de veroordeling tot verbeurdverklaring en de effectieve uitvoering van de verbeurdverklaring.

Eenieder die beweert recht te hebben op een van de zaken waarop de verbeurdverklaring betrekking heeft en hiertoe de griffie tijdig heeft aangeschreven per aangetekend schrijven, wordt binnen 30 dagen bij een ter post aangetekend schrijven verwittigd.

Indien er geen inbeslagname gebeurde naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek zullen de goederen in beslag genomen worden op het moment dat de beslissing tot verbeurdverklaring in kracht van gewijsde treedt voor de verbeurdverklaring te realiseren. De derde die alsdan kennis krijgt van de problematiek kan dan alsnog zijn aanspraken laten gelden binnen hogervermelde termijn van 90 dagen.

Er zal dan niet tot verbeurdverklaring overgegaan worden zolang niet werd beslist over zijn aanspraken.

Wij kunnen u bijstaan bij het laten gelden van uw rechten.