DRPP
Klein maar zonder grenzen
Graziëlla RONDELEZ Advocaat

Advocaat-stagiair aan de Balie te Dendermonde sinds oktober 2016. Nederlands, Frans en Engels. (voor meer uitleg klik op beeld)

naar overzicht

HANDGIFT

Wat is een handgift

Een handgift is “een schenking van hand tot hand van een lichamelijk roerend goed of van een onlichamelijk roerend goed voor zover het recht in de titel is geïncorporeerd, die tot stand komt door het loutere materiële overdracht (traditio) door de schenker aan de begiftigde die aanvaardt en waarbij in hoofde van de schenker een intentie om te begiftigen bestaat (animus donandi)”.

Aangezien het een schenking betreft moeten volgende geldigheidsvoorwaarden voldaan zijn:

  • Wil om te schenken van de schenker (meestal een fysiek persoon, maar het mag ook een rechtspersoon zijn) (animus donandi)

  • De schenking moet dadelijk en onherroepelijk zijn

  • De begiftigde moet de schenking aanvaarden

  • De schenking moet gebeuren onder levenden: zowel de schenking als de aanvaarding moet gebeuren tijdens het leven van de schenker en begiftigde

  • Er mag geen bezwarende aard zijn (het mag bvb. niet gaan om de terugbetaling van een schuld)

Het verschil tussen een schenking en een handgift ligt hem dus in de vormvoorwaarden. Bij de schenking dient namelijk een notariële akte opgesteld te worden. De handgift daarentegen veronderstelt enkel een materiële overhandiging. Dit maakt de handgift een zakelijk contract.

Vanwege de materiële overhandiging kan de handgift bijgevolg enkel materiële roerende goederen of goederen betreffen waarvan het recht in de titel is geïncorporeerd. We denken aan: cash geld, meubilair, juwelen, kunstvoorwerpen, enzovoort… . Aandelen op naam kunnen dus nooit het voorwerp uitmaken van een handgift.

Het gebeurt dat na het overlijden van de schenker de erfgenamen beweren dat de begiftigde de goederen “afhandig” gemaakt heeft. En hoewel een geschrift niet vereist is, is het toch aangeraden een geschreven bewijs van de handgift op te maken. De regels betreffende de bewijsvoering zijn immers onverkort van toepassing.

Aangezien het verschil tussen een schenking en een handgift afhankelijk is van de vormvoorwaarden is het belangrijk het geschrift zodanig op te stellen dat het enkel “de overhandiging, met het inzicht om te schenken, van de zaak aan de begiftigde vaststelt, evenals de aanvaarding door de begiftigde” vaststelt. Dit wordt een “pacte adjoint” genoemd. Het ogenblik waarop dit gebeurt is wel van belang. Voor de afgifte wordt het aangekondigd, en na ontvangst wordt het aanvaard.

Het schriftelijk bewijs of de “pacte adjoint” werd meestal geleverd door twee aangetekende brieven. Een eerste brief ging uit van de schenker en bevatte het voornemen tot schenking of bevestigde de reeds uitgevoerde schenking. Een tweede brief bevatte dan het antwoord van de begiftigde, meestal een bewijs van dankbaarheid waaruit de acceptatie bleek.

Cassatie heeft recent geoordeeld dat beide documenten slechts een begin van bewijs uitmaken. Die dan aangevuld moeten worden met vermoedens.

Een document met deze mededelingen op het ogenblik van de handgifte kan leiden tot nietigheid. Indien door omstandigheden zou blijken dat die overdracht niet ( voordien ) heeft plaats gehad, kan dit wel leiden tot een probleem.

Liefst stuurt men deze pacte adjoint per aangetekend schrijven, met de techniek van de gevouwen omslag zodat de poststempel op het document zelf komt te staan, van de schenker naar de begiftigde of omgekeerd zodat men ook de datum kan bewijzen.

Deze werkwijze is van belang om de betaling van successierechten te voorkomen. Immers op schenkingen of handgiften drie jaar voor het overlijden van de schenker moet geen erfbelasting betaald worden. Het is dus van belang te kunnen bewijzen wanneer de handgift heeft plaatsgevonden. De bewijslast valt immers op de schouders van de begiftigde.

Indien de schenker ziek zou worden en er een risico van overlijden bestaat, kan deze pacte adjoint geregistreerd worden waardoor schenkingsrechten verschuldigd zijn en zo (hogere) successierechten vermeden kunnen worden.

Maar ook op burgerrechtelijk vlak is de datum belangrijk om de volgorde van de inkorting te kunnen bepalen.

Deze “pacte adjoint” kan tegelijkertijd dienen om bijkomende voorwaarden te koppelen aan de handgift. Hoewel de schenking dadelijk en onherroepelijk dient te gebeuren, kunnen er dus wel voorwaarden opgelegd worden aan de begiftigde, bv. recht van terugkeer in geval van vooroverlijden. De voorwaarden welke verbonden worden aan de gift mogen het onmiddellijk en onherroepbaar karakter van de schenking echter niet teniet doen. Het kan gaan om een bepaalde vorm van beperkte controle. Voorbehoud van vruchtgebruik over aandelen of kapitalen kan evenwel niet. Een beheersmandaat over de geschonken portefeuille behouden behoort dan weer wel tot de mogelijkheden.