DRPP
Klein maar zonder grenzen
Graziëlla RONDELEZ Advocaat

Advocaat-stagiair aan de Balie te Dendermonde sinds oktober 2016. Nederlands, Frans en Engels. (voor meer uitleg klik op beeld)

naar overzicht

HET NIEUWE ERFRECHT

Het nieuwe erfrecht

De wetgever is deze zomer niet stil blijven zitten en heeft met de publicatie van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake in het Belgisch Staatsblad op 1 september 2017 gezorgd voor aanzienlijke wijziging binnen het klassieke erfrecht welke implicaties teweegbrengt in meerdere takken van het recht.

Vanaf 1 september 2018 treedt de wet in werking en kan u als erflater met een grotere autonomie over uw nalatenschap beschikken.

Aangezien de wetswijziging gevolgen heeft voor de reservataire erfgenamen die hun reserve zien inkrimpen, kan u er evenwel nu al voor opteren om alle schenkingen die gedaan zijn voor 1 september 2018 onder het ‘oude’ erfrecht te laten vallen.

Om deze beslissing te maken is het evenwel vereist even stil te staan bij de wijzigingen die de wet teweegbrengt en wat de gevolgen hiervan zijn.

Eerst en misschien meest interessant is er de hervorming van de regels inzake de erfrechtelijke reserve en de verdeling.

Voor de wetswijziging mocht een erflater slechts ten belope van het beschikbaar deel over zijn nalatenschap beschikken. Dit beschikbaar deel werd dan vastgelegd als volgt: in geval de erflater 1 kind heeft betrof deze de helft van de nalatenschap, bij 2 kinderen was dit 1/3de en tenslotte bij 3 kinderen of meer 1/4de.

De nieuwe wet stelt dat de erflater vanaf 1 september 2018 mag beschikken over de helft van zijn nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen. Deze zien dus hun reserve slinken.

Ingeval een erflater geen kinderen had en komt te overlijden voor zijn ouders, dan hadden deze laatste onder de werking het ‘klassiek’ erfrecht recht op een reservatair deel van de nalatenschap. Deze reserve wordt door de nieuwe wet afgeschaft en vervangen door een onderhoudsvordering ingeval van behoeftigheid ten tijde van het overlijden of door het overlijden.

Het levensonderhoud zal toegekend worden:

  • Ofwel in de vorm van een maandelijkse lijfrente,

  • Ofwel in de vorm van een kapitaal dat overeenstemt met de gekapitaliseerde waarde van de supra genoemde lijfrente.

Een andere belangrijke wijziging waaromtrent in de rechtsleer al veel inkt over gevloeid is, betreft de wijziging van de inkorting en inbreng.

Waar de algemene regel voorheen de inbreng en inkorting in natura betrof, is de regel thans inbreng en inkorting in waarde.

Stel dat u tijdens uw leven een woning schenkt aan één van uw kinderen als voorschot op de nalatenschap dan diende deze woning in natura ingebracht te worden. Indien er dan geen gelijke verdeling in kavels mogelijk was diende de woning verkocht te worden waardoor de begiftigde vaak zijn woning kwijt was bij gebrek aan mogelijkheden tot aankoop.

Hetzelfde was de regel bij een schenking buiten deel, alleen is er hier dan sprake van inkorting zodra de reserve aangetast blijkt te zijn.

Deze discussie zal dus in de toekomst niet meer nodig zijn. De erflater kan hier wel van afwijken door uitdrukkelijk op te nemen in de schenking dat een eventuele inbreng of inkorting in natura dient te geschieden.

De wet laat bovendien toe dat de verdeling van de nalatenschap volledig minnelijk geschiedt. Voorheen was een minnelijke regeling zeker mogelijk en werd dit zelf beoogd door de notaris. Maar er moest wel telkens met een notaris gewerkt worden en de verdeling diende notarieel vastgelegd te worden. Thans is dit dus niet meer nodig en kan de verdeling in een akte naar keuze van de erfgenamen opgenomen worden.

Alle erfgenamen moeten hiermee uiteraard wel toestemmen, zo niet zal toch een gerechtelijke verdeling nodig zijn.

Tot nu toe was het (buiten een aantal uitzonderingen om) onmogelijk om overeenkomsten te sluiten met betrekking tot een niet opengevallen nalatenschap.

Het is thans bijgevolg mogelijk voor ouders om samen te zitten met hun kinderen en een globale erfovereenkomst uit te werken.

Dit biedt een enorm groot voordeel uiteraard, ouders hun zorgen worden zo tegemoet gekomen en de relatie tussen de kinderen blijft een moeilijke, emotionele en vooral aanslepende erfeniszaak bespaard.

Naast een globale erfovereenkomst kunnen ook punctuele erfovereenkomsten tot stand komen. Hierdoor krijgt men de mogelijkheid om een overeenkomst te sluiten omtrent de waarde van de geschonken goederen met het oog op een inbreng of eventuele inkorting. Maar ook een overeenkomst waarin de reservataire erfgenamen verzaken aan de vordering tot inkorting of waarin zij toestemming geven aan de begiftigde om het geschonken goed te vervreemden, behoren tot de mogelijkheden.

Dit zorgt ervoor dat discussies hieromtrent naderhand vermeden worden.

Tenslotte is het zo dat het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot of langstlevende samenwonende partner beperkt wordt ten gunste van de reserve van de erfgenamen, dit ter compensatie van de beperking van diezelfde reserve.

De kinderen kunnen ook steeds compensatie eisen van de langstlevende voor het vruchtgebruik die slaat op goederen die hun normaal moeten toekomen naar aanleiding van de nalatenschap.

Deze uiteenzetting betreft slechts zeer beknopt de wijzigingen die naar aanleiding van de nieuwe wet in het leven worden geroepen, doch het is al zeer duidelijk dat de impact enorm zal zijn.

Wij staan u graag bij in het kader van uw successieplanning. Voor een uitgebreide bespreking van het bovenstaande toegepast op uw persoonlijke situatie kan u ons steeds contacteren.