DRPP
Klein maar zonder grenzen
Roland DE ROUCK Advocaat

Advocaat aan de balie te Dendermonde sinds 1982 en bijkomend te Gent sinds 2013. Nederlands, Frans, Duits. (Voor meer uitleg klik op beeld)

naar overzicht

FISCALE MISDRIJVEN:

Hetzij correctionele straffen, hetzij fiscale sancties

Onregelmatigheden op fiscaal vlak zoals bij het invullen van de fiscale aangifte of bij het ontduiken van belastingen, kunnen aanleiding geven tot vervolging voor de Correctionele Rechtbank.

Een aangifte foutief invullen, en opzettelijk, leidt theoretisch tot fiscale valsheid.

In de praktijk zullen enkel de heel zware gevallen het voorwerp uitmaken van vervolging.

Daarnaast volgt de fiscale aanslag, meestal dan ambtshalve, waarbij meteen zware boeten (soms het dubbele van de aanslag) toegevoegd worden en hoge intresten.

Nu is het zo dat onder invloed van de Europese wetgeving en rechtspraak (zowel van het Europees Hof van de rechten van de mens en van het Europees Hof van Justitie) door de overheid een keuze dient gemaakt te worden tussen beide (fiscale en strafrechtelijke) wegen.

Het Europees Hof van de rechten van de mens (EHRM) heeft immers in het verleden al verscheidene uitspraken gedaan, stellende dat fiscale sancties ook een punitief karakter hebben, en bij het opleggen van fiscale boetes na een straf dit dan leidt tot inbreuk op het algemeen aanvaard principe dat men voor hetzelfde feit niet een tweede maal kan worden veroordeeld/gestraft (non bis in idem).

Dit beginsel staat overigens ook uitgedrukt in art. 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Doordat de Europese wetgeving en de Europese rechtspraak (!) primeren op de nationale regelgeving, diende de wetgeving aangepast te worden wat dus ook in ons land gebeurde in 2012.

Voor zware fiscale inbreuken zal dus wel gestart worden met een correctioneel onderzoek (waarbij het Parket dan bvb. gemakkelijk alle rekeningen kan opvragen en controleren).

In dit onderzoek wordt ook vaak beroep gedaan op personeelsleden van het BBI die dan ook  aanwezig kunnen zijn zoals bij verhoren.

Op het einde van het onderzoek moet evenwel de Procureur die vervolgt en de vertegenwoordiger van de Fiscale Overheid overleg plegen om dan een keuze te gaan bepalen (zie art. 29 Wetboek van Strafvordering).

Bij de heel zware gevallen zal dan vermoedelijk nog vervolgd worden voor de Correctionele Rechtbank..

Bij de minder zware zal dan de keuze eerder gemaakt worden voor de fiscale vervolging.

Op Belgisch vlak is het dus de wet van 20 september 2012 die de keuze voorschrijft, doch deze is intussen evenwel vernietigd werd door het arrest van het Grondwettelijk Hof van 3 april 2014.

Op Vlaams vlak geldt een eigen regeling (in verband met successierechten) voorzien in het art. 3.18.0.0.17 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Doordat de correctionele onderzoeken een tijd kunnen duren, zal dan ook de normale termijn van het bevestigen van een aanslag intussen verstreken zijn en zal dus, om beroep te doen om de verlengde termijnen, de bijzondere procedure moeten gevolgd worden, waarbij de fiscus zal moeten aantonen dat er aanwijzingen zijn van fraude om die termijn te kunnen verlengen met drie jaar. Die elementen zal de fiscus dan pogen te halen uit het strafdossier. De fiscale overheid is evenwel onderhevig aan de beginselen van goed bestuur, en zal dit dus wel goed moeten kunnen motiveren.


RDR 03/04/2018