hero
DRPP
Small but without limits

Fiscale procedure

P.Breughel de jonge ( betaling van de tienden)
De betaling van de tienden ( Pieter Breughel de jonge)

1.Aangifte van belastingen en aanslagen

  • Bij afwezigheid van aangifte, of niet beantwoorden van vragen van de fiscus binnen de voorziene termijn ( normaal 1 maand - verlenging kan gevraagd worden ) kan de fiscus overgaan tot ambtshalve aanslag.De bewijsregeling wordt dan omgekeerd.

  • Indien na de aangifte zou blijken dat de inhoud ervan onjuist zou zijn ( i.c. ingevolge verslagen van de milieu-inspectie) en dit heeft aanleiding gegeven tot een ambtshalve aanslag, dan is deze nietig en kan zelfs geen subsidiaire aanslag gevestigd worden (2.3)

  • Bij aanwijzingen van belastingontduiking bij de belastingplichtige kan de fiscus inlichtingen vragen bij de bank  ( art. 322 §2 e.v.WIB 92 en 333/1 WIB 1992). Ze kan dit ook doen indien ze het voornemen heeft een indiciaire taxatie te vestigen bij toepassing van art. 341 WIB 1992.

  • De gewone aanslagtermijn kan met 4 jaar verlengd worden ingeval van inbreuk op de fiscale wetgeving of haar uitvoeringbesluiten, gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, doch enkel mbt de ontrokken inkomsten ingevolge deze daden (3.1). Vanaf het aanslagjaar 2023 wordt deze termijn van 4 jaar verlengd tot 7 jaar!

  • Vanaf het aanslagjaar 2023 wordt de gewone aanslagtermijn enigszins verlengd. Bij een tijdige en naar vorm correcte aangifte blijft dit 3 jaar.Bij een niet tijdige of naar vorm niet correcte wordt dit verlengd tot 4 jaar.

  • Boekhoudkundige documenten moeten nu 10 jaar bewaard worden ipv 7 jaar.

  • Wanneer er geen akkoord is met de aanslag, kan per post, e-mail, fax, MyMinFin, MyMinFinPro, bezwaar worden ingediend. Dit moet gemotiveerd worden om ontvankelijk te zijn. Sins 1.1.2023 werd de bezwaartermijn verlengd van 6 maanden tot 1 jaar. Zolang de adviseur-generaal nog geen beslissing genomen heeft, kunnen aanvullende bezwaarschriften worden ingediend.

2.Praktisch verloop van controle :

  • Op de belastingplichtige rust een verplichting tot medewerking aan het fiscaal onderzoek, waaronder de verplichting om aan de fiscus vrije toegang te geven tot de lokalen die voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Dit kan zelfs worden afgedwongen worden middels een dwangsom ( art. 381 WIB92 en art. 92ter WBTW). Dwang mag de fiscus zelf niet aanwenden wanneer de belastingplichtige zijn verplichte medewerking niet verleent (1).

  • Onderzoeken gebeuren ter plaatse en de controleur zal de boekhouding vragen of bewijsstukken. Op grond van art.319 WIB en art. 63 BTW wetb. kan de administratie de vrije toegang eisen tot particuliere woningen of bewoonde lokalen waar werkzaamheden ( of vermoedelijk ) worden verricht. De toestemming tot toegang kan gevraagd worden aan de politierechter. De administratie moet wel aanduiden welke de gegevens of vermoedens hiertoe aanleiding geven. Na toetsing met het recht op privéleven ( art. 8 EVRM en art. 22 GW) en de onschendbaarheid van de woning ( art. 15 GW) heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat de machtiging van de Politierechter moet gemotiveerd zijn van de op het spel staande belangen en de redenen waarom huisvisitatie vereist is.

  • Het visitatierecht van de BTW ambtenaar betreft ook informatie die niet onmiddellijk toegankelijk is, tenzij de belastingsplichtige zich ertegen verzet. (00.1x) In het algemeen mag de fiscus geen gebruik maken van het visiatierecht om zo maar stukken te gaan zoeken ook in het bedrijfsgedeelte ( zogenaamde fishing expedition) (002X), hoewel in de praktijk hiervan wel gebruik gemaakt wordt en de fiscus vaak gebruik maakt van de machtsmiddelen waarover het beschikt ( zoals dwangsommen ).

  • De fiscus wordt vermoed steeds toestemming te hebben. Dit betekent niet dat de belastingplichtige zich niet kan verzetten, zelfs na initiële goedkeuring, hetgeen recentelijk door het Hof van Cassatie werd bevestigd. (2.1)

  • In een geval waarbij de fiscale diensten die bodycams gebruikt hadden bij de controle en deze beelden hadden overgemaakt aan een productiehuis, werd door het hof van beroep gewezen op de schending van het beroepsgeheim ( in art. 63 BTW wetboek ) doordat de achterliggende gronden van de fiscus werden bekend gemaakt (003.X)

  • De fiscus dient de vraag te stellen voor opheffing van het bankgeheim en dient te beschikken over aanwijzingen van belastingontduiking. Het gevraagde gegevens moeten tevens nuttig zijn voor het onderzoek (004.X)

  • De moderne technieken, en ihb programma's gebaseerd op artificiële intelligentie op het internet (web scraping tools- ook met commentaren op sociale media) laten toe voor de fiscus om profielen van belastingplichtigen te maken. Wanneer dit leidt tot fishing expedition is dit niet toegelaten.Verboden zijn deze wanner ze speculatief zijn, geen concrete aanwijzingen zijn, of excessief (2.2)

  • Mogelijke onregelmatigheden tijdens het onderzoek leidt niet automatisch tot nietigheid, maar worden volgens de rechtspraak getoetst aan de Antigoon rechtspraak (3.2) en bevestigd in verenigde kamers door cassatie, dus enkel infirn i) er sprake is van schending van een vormvereiste voorgeschreven op straffe van nietigheid, ii) de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of iii) het gebruik het recht op een eerlijk proces voor de belastingplichtige in het gedrang brengt (3.3)

  • Een directoriale beslissing moet normaal binnen de 6 maanden worden genomen. Zolang er nog geen beslissing genomen is, kan ook de tussenkomst van de bemiddelingsdienst worden gevraagd. Dit leidt tot een schorsing van de termijnen met 4 maanden.

  • Er kan tevens een aanvraag worden ingediend tot rechtzetting van de directoriale beslissing uiterlijk in te dienen binnen een termijn van 3 maanden na die beslissing. Er moet een termijn van 1 maand worden afgewacht, vooraleer een vordering in rechte in te dienen ( die in de regel gericht dient te zijn tegen de aanslag en niet de directoriale beslissing).

  • De directoriale beslissing wordt aangevochten wegens schending van het hoorrecht, de schending van het compensatieverbod en de beginselen van behoorlijk bestuur ( vb. onpartijdigheid).(4)

3. Fase voorafgaand de rechtbank - administratief beroep:

  • Voor inkomstenbelastingen zal de fiscus, bij betwisting, vaak beginnen met het stellen van vragen. Deze moeten beantwoord worden binnen de maand, en dit is een belangrijke termijn. Indien deze uit het oog wordt verloren, of er worden bepaalde vragen niet beantwoord, dan verschaft dit aan de fiscus de mogelijkheid om over te gaan tot ambtshalve fiscale aanslag, op grond van cijfers die de fiscus vermoedt. Deze kunnen dan soms overdreven hoog zijn, en moeten dan ook betwist worden.

  • Door de ambtshalve aanslag, wordt de bewijslast echter omgekeerd en dan moet de belastingplichtige bewijzen. Dit is niet eenvoudig en brengt deze in een oncomfortabele positie. Er is niet alleen het thema van wie de bewijslast draagt, maar ook wat er gebeurt met onrechtmatig verkregen bewijzen. Deze worden niet automatisch geweerd, maar pas wanneer de bewijzen verkregen zijn op een wijze dat het gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar wordt geacht, of het recht op een eerlijk proces in het gedrang brengt.(0.3.1)

  • Wanneer er een gewone aanslag volgt, na tijdig antwoord, en de aanslag lijkt U overdreven, heeft U niets te verliezen om bezwaar in te dienen tegen deze aanslag. De werkwijze staat genoteerd op Uw aanslagbiljet. De belastingplichtige moet dan niet bewijzen, maar het is aangeraden dat U dit doet. Wanneer de controleur vaststelt dat Uw argumentatie niet willekeurig is, is het mogelijk dat hij dan contact opneemt met het oog op een minnelijke regeling. Naast de regels van bewijslast, kan er ook sprake zijn of geen sprake is van een onrechtmatig verkregen bewijs.

  • Soms komt er een bericht van wijziging, waarin de fiscus dan vraagt om te reageren binnen de maand. Doet U dit niet, dan kan een ambtshalve aanslag volgen, waarbij de bewijslast op uw schouders terecht komt. Goed dat U waakt voor een bewijs van tijdig antwoord. Heeft U dit dan gedaan, kan een ambtshalve aanslag vernietigd worden.(0.4)

  • Het kan ook zijn dat de fiscus tevens een subsidiaire aanslag voorziet, die niet hoger mag zijn dan de oorspronkelijke aanslag. (0.5). Dit is mogelijk wanneer tegen een beslissing van een bevoegd personeelslid een vordering in rechte werd ingesteld, en deze beslissing vernietigd werd, en er binnen de 6 maanden na die beslissing die subsidiaire aanslag gevestigd wordt. Wanneer er ( rechtsgeldig) hoger beroep is ingesteld wanneer na 6 maanden hoger beroep was ingesteld zonder beslissing van de bevoegde ambtenaar kan dan geen subsidiaire aanslag meer volgen (06). Een onregelmatigheid die geleid heeft tot nietigheid, hoeft niet te worden hersteld in het betrokken document, herstel kan gebeuren bij conclusies voor de rechtbank (07) Die moet wel betrekking hebben op dezelfde belastingelementen als de oorspronkelijke aanslag (07x).Doordat het Hof van Cassatie van oordeel is dat de Rechtbank zelf de belasting moeten bepalen wanneer de partijen en het vragen en de belastingen van openbare orde is, heeft dit geleid tot een uitspraak van cassatie waardoor de fiscus bij herhaling de mogelijkheid krijgt om een subsidiaire aanslag te vestigen ( dus na de termijn van 6 maanden), wat het voorwerp is van grote kritiek ( fiscus moet zich zelfs geen moeite meer doen nauwkeurig te zijn, de rechter moet dit maar in haar plaats doen, wat als ongrondwettelijk wordt beschouwd en in strijd let art 6 EVRM ( 07XX)

  • Een akkoord gesloten tussen de belastingplichtige en de fiscus schept een vertrouwen waarop de belastingplichtig zich kan op vertrouwen. De algemene beginselen van het behoorlijk bestuur sluiten het recht op zekerheid in (011)

  • Intussen wordt wel de betaling van de belasting gevraagd, hoewel verzocht kan worden enkel het niet betwist gedeelte te betalen. Opgelet, indien men zijn gelijk niet haalt moeten er wel ruime intresten betaald worden.

  • Inkomstenbelastingen kunnen maar ingevorderd worden voor het niet betwist gedeelte ( betwisting door bezwaar ), aldus op basis van het aangegeven bedrag ( of bij ambtshalve aanslag het bedrag van de vorige aanslag ) ( art. 410 WIB ). Belastingen waarop de Vlaamse Codex van toepassing is, kunnen voor hun volledigheid gedwongen ingevorderd worden. (3.3)

5. Fase van de procedure:

  • Vanaf de datum van de administratieve beslissing loopt een termijn van 3 maanden binnen dewelke de procedure voor de rechtbank moet gestart worden. Als de beslissing op zich laat wachten, kan vanaf 6 maanden vanaf de datum van ontvangst van het administratief beroep, wat een verplichte wachttermijn is.

  • Bij het starten van de procedure voor 1 van de 5 fiscale kamers van de specifieke rechtbanken van 1ste aanleg, is het voorwerp van  het geschil niet de beslissing van de directeur, maar wel de oorspronkelijke aanslag, op straffe van niet ontvankelijkheid (0.3.2) Deze zaken worden dan behandeld door de fiscale kamer van de Rechtbank van elke provincie. Juridische beginselen spelen hier natuurlijk een grotere rol en ook regels van de procedure.
  • Art 340 W.I.B voorziet dat om de belastingen en de inbreuk op fiscale wetgeving te bepalen, kan de fiscus zich steunen op alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, m.i.v. de PV van de fiscale ambtenaren. Een aanslag op tekenen en indiciën is een vorm van bewijs op grond van vermoedens. Ook de nieuwe regels van bewijsrecht zijn ook van toepassing.
  • Belastingen zijn van openbare orde. Bijgevolg dient de rechter, zowel in feite als in rechte te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen der partijen. (0.8.1) Bij aanslag van ambtswege kan de belastingplichtige de nietigheid van de aanslag vragen wanneer er sprake is van willekeur, bij rechtsdwaling, steunen op onjuiste feiten of uit juiste feiten niet te verantwoorden gevolgtrekkingen heeft afgeleid (0.8.2²)
  • Bij fiscale constructies wordt nagegaan of er geen sprake is van belastingmisbruik ( vb. bij intracommunautaire verwervingen waarbij getoetst worden op basis van Europese richtlijnen (09.1). Bij veinzing moet de fiscus bewijzen dat de openlijke handelingen niet overeenstemmen met wat de partijen gewild hebben en dat de partijen niet de juridische gevolgen van hun handelingen hebben aanvaard (09.2²)
  • De belastingen is een bestuurshandeling waarop de wet van 29.7/1991 op uitdrukkelijke motivering van toepassing is, zodat een aanslag afwijkend op de aangifte moet worden gemotiveerd (010)

6.Kwijtschelding of vermindering van fiscale boeten of belastingverhogingen

kunnen vanaf 1.1.2019 gevraagd worden aan de cel administratieve sancties ( CAS) (bij de regionale belastingen bij de leidende ambtenaar van de fiscale administratie - art. 3.18.0.0.16 Vl.Cod.fisc.).

Hierop zal een rechter nog toezicht kunnen uitoefenen en de evenredigheidstoets kunnen uitoefenen. (3) Het Grondwettelijk Hof heeft beslist van het niet kunnen toekennen van uitstel bij administratieve boetes het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt (3.1). De rechter kan toetsen op de wettelijkheid en algemene rechtsbeginselen, maar beoordeelt niet naar de opportuniteit (3.2).

Bij ingewikkelde erfenissen waarbij het zeer moeilijk is om de erfgenamen te achterhalen, wordt geoordeeld dat de fiscus niet te vlug boetes oplegt wegens laattijdige aangifte, doch vraag tot uitstel dient wel ingesteld te worden (3.2.X) Opgelet boetes worden wel automatisch opgelegd, ongeacht goede of kwade trouw, maar wanneer uitstel gevraagd wordt ( en wanneer voor meer dan 2 maanden dient het gemotiveerd te zijn) zal het % lager zijn ( normaal tussen 5 en 20%). Wanneer een belastingplichtige kwijtschelding van boete vraagt aan de Minister op grond van art. 9 Regentbesluit, moet deze, bij weigering de mogelijkheid hebben dit te vragen aan de rechtbank (3.2.X²)

Doordat de belastingen van openbare orde zijn, moet de rechter zelf, zowel in feite als in rechte, beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen van de partijen. Hij is hierbij niet gebonden door de juridische gronden waarop het bestuur zich heeft gebaseerd. Idem voor de subsidiaire aanslag.(5)

Inzake bewijsvoering,nr gebeurt dit door vermoedens, waarbij de fiscus vertrekt van bestaande en vaststaand feiten die door middel van een logische en verantwoorde redenering toelaten te besluiten tot een onbekend feit. Er kan echter geen sprake zijn van vermoedens uit vermoedens af te leiden (6)

Hoewel de franstalige kamer van cassatie van oordeel is dat eerst een genadeverzoek dient te worden ingediend, kan volgens de nederlandstalige kamer van Cassatie de gewone rechter de fiscale boete onderwerpen en eventueel wijzigen op basis van het evenredigheidsbeginsel. (7)

(1) GwH 12.10.2017, nr 116/2017

  1. (0.0.1x) HvC 6.10.2023, RABG 2024/1, p. 43; zie ook K.Heyrman, Spreken is zilver, maar zwijgen is niet altijd goud bij een fiscale visitatie, TFR 652, 2023, p. 1047
  2. (0.0.2X) GwH 12.10.2017, RABG 2023/20, p.1821 met zeer uitvoerige noot; zie ook S.De Raedt, Naar de afschaffing der fiscale visitatie, T.F.R 661, 2024, p. 483
  3. (0.0.3X) HvB Gent, 25.2.2020, TFR 2023, nr 636, p. 161
  4. HvB A'pen, 31.10.2023,TFR 653, p.61
  5. (0.3.1) Cass.11.6.2020, TFR 592, december 2020, p.1095
  6. (0.3.2) Cass. 11.5.2018, F.16.139.F zie htpps://juportal.be
  7. (0.4) Cass.11.6.2020, RABG 2020/18, pag.1528
  8. (0.5) Cass.23.1.2020, RABG 2020/18, pag. 1530
  9. (0.6) HvC, 25.9.2020, RW 2020-21, nr.31, pg. 1229
  10. (0.7) HvC, 1.9.2021, TFR juni 2022,p.551
  11. (07x) HvB A'pen, RABG 2024/1, p. 21
  12. (07XX) HvC 6.6.2024, F.21.0176.N, www.juportal.be
  13. (0.8.1) Gent 29.10.2019, TFR 583, juni2020, p.492; zie voor ruime uitleg: H.De Coninck, Aanslag- en onderzoekstermijnen in de inkomstenbelastingen gewikt en gewogen, TFR, 612, dec.2021, p.1021; HvC 23.11.2023 (F.20.0153.N) TFR 662, 2024, p. 591
  14. (0.8.2²) Cass. 8.2.2024, TFR 666, 2024, p. 801
  15. (0.9.1) Gent 5.5.2020, TFR 601, mei 2021, p. 436 ( mbt registratiebelasting )
  16. (0.9.2²) M.Delboo, De Vlaamse alg. misbruikbepaling anno 2024, TFR 668, 2024, p. 873
  17. (0.10) F.Mortier, Openbaarheid van bestuur voor de (fiscale) feitenrechter: een uitgebreid grondrecht, RABG 2021/7, p. 579
  18. (0.11) Gent 3.5.2023 ( 2023/N63), TFR 644, 2023, 684
  19. (1.01) Cass. 29.1.2021,T.F.R. 608-okt.2021, p.872
  20. (1.02) Cass. 31.3.2023, F.22.0108.N, zie https://juportal.be
  21. (1.03) Fiscoloog, 7.8.2019, 1619, pg.1 ; ook RABG 2019-18, pag 1589, noot Pieterjan Smeyers er aan herinnerend dat deze regel ( art.18 KB/WIB ) niet mag aangewend worden om het bestaan van een voordeel in natura vast te stellen ( eerder dan enkel de waardering ervan ) wat in strijd zou zijn met het wettigheidsbeginsen (art.170 §1 en 172,lid 2 GW); " de wetgever heeft aan de Koning immers de bevoegdheid gegeven "in de gevallen die hij bepaalt" regels vast te stellen "om die voordelen op een vast bedrag te ramen" (art. 36,§2 WIB 92)
  22. (1.04) Gent, 15.9.2020, TFR 607, okt.2021, p.800
  23. (1.05) HvB Gent, 30.11.2021, RGAB 2022/17, p.1235, p. 3 met noot
  24. (1.06) Hvb A'pen, 19.3.2024, RABG 2024/10, p. 817 met noot van alle diverse uitspraken
  25. (1.07) Cass. 12.9.2024, TFR 671, 2024, p.1062
  26. (1.08) noot H.Vandebergh, TFR 671, 2024, p. 1074
  27. (1.X) GwH 21.9.2023, RABG 2024/1
  28. (2.01) GwH 26.9.2019, T.F.R. 581, mi 2020, pg. 393
  29. (2.02) HvB 21.6.2021, TFR 2023, nr 636, p. 189
  30. (2.1) Cass.22.2.2019, RABG,2019/18,pg 1632
  31. (2.2) HvB Antwerpen 30.3.2021, RABG 2021/17,p.1592
  32. (2.3) uitspraak Luik en Gent T.F.R. 593, januari 2021, pg. 25 e.v.
  33. (2.4) Grondw.H. 28.5.2020, TFR, 591, dec.2020, pag. 1034
  34. (2.5) HvB Antwerpen, 31.3.2020, TFR 594, jan.2021, pag.108
  35. (2.6) Cass.19.3.2020, RABG 2020/18, pag. 1534
  36. (2.7) Cass.14.5.2020, RW 2020-21, nr 25, pag. 982  ( het gaat erom dat de fiscus geen "derde" is bij onroerende publiciteit ).
  37. (2.8) Cass. 25.6.2020, RW 2020-21, nr 31, pg. 1230; TFR 592, dec. 2020, p.1103
  38. (2.9.1) HvJ 9.3.2023, C-239/22, Promo 54 ; TFR juni 2023, nr 643p. 563; TBO, 2023, nr 1, p.13 ( noot )
  39. (2.9) HvB A'pen, 24.5.2022, TFR 627, okt. 2022, p.804 en noot Pieterjan Smeyers ibidem p.627 
  40. (2.11) GWH, 23.3.2023, TFR 2023, p.757
  41. (3) met evolutie van objectieve maatstaven naar meer subjectieve persoonlijke ( zie opsomming Rozie, De matiging van punitief fiscaal administratieve sancties: een verworven  recht met schimmige uitkomst, TFR, nr 584, juni 2020, pag 573; Gent, 29.10.2024, TFR 670- 2024, p. 1042
  42. (3.1) GwH 20.2.2020, TFR 584, juni 2020, pag. 570
  43. (3.2) o.a.Cass. 18.4.2013.F.11.0142.F; om te beoordelen, moet het deel uitmaken van ee bezwaar (Rb.Br.30.9.2019,T.F.R., juni 2021, 649)
  44. (3.2.X) HvB Gent, 29.6.2021, TFR 617, maart 2022, p.212
  45. (3.2.X²) Cass. 25.4.2025, RW 2024-25, nr 42, p. 1717
  46. (3.3) Cass. 9.5.2022, RABG 2022/17, 1292
  47. (3.3) Grdw.Hof 20.2.2020, (nr 32/2020)
  48. (3.3) Cass. 19.6.2025, RABG 2025/13, p. 1152
  49. (3.4) Luik,18.12.2020, en noot Bart Coopman, TFR 609, nov.2021, p.899 e.v.(2.1) HvC 6.10.2017, F.22.0082.F, RW 2023-24, p. 569

(2.2) zie rechtspraak België en Nederland in L.Keunen, The big data lake, T.F.R 638, maart 2023, p.

(2.3) Gent, 8.10.2024, TFR 670, p.1041

(3.1) HvC 24.3.2023, TFR 2023, nr 645, p. 715

(3.2 ) HvB 6.12.2022, RABG 2023/8, p. 687

(4) cfr.T.Martens, De vernietigde directoriale beslissing: (g)een pyrrusoverwinning, TFR, febr. 2023, p. 275

(5) HvC, 6.6.2024, RW 2024-25, p. 823

(6) Br.28.5.2023 , FJF, n°28.5.2003

(7) HvC 24.3.2023, TFR 2023/647, p. 802 ( plus noot p. 797)