Raad voor vergunnningsbetwisting
DRPP
Klein maar zonder grenzen

1.Indien U het niet eens bent met de beslissing van het beroepsorgaan betreffende de aangevraagde omgevingsvergunning, dan kan er tegen deze beslissing nog een laatste maal "beroep" worden aangetekend bij de Raad voor vergunningsbetwisting. . De termijn bedraagt hiervoor 45 dagen te rekenen vanaf de aanplakking ( inmiddels vooral door het omgevingsloket)/kennisgeving.

Een gewoon beroep is dit echter niet.

De RvVb behandelt de strijdigheden met de wet of beginselen van behoorlijk bestuur. Voorbeeld, schending van het motiveringsbeginsel. De motivering moet de beslissing dragen, het moet de bestuurde ook in staat stellen te begrijpen op grond van wettelijke feitelijke en juridische gegevens de beslissing is genomen. De bestuurde moet kennis hebben gehad van de stukken waarop de beslissing gesteund is.(1.1)

De individuele kennisgeving primeert.

Het rolrecht bedraagt 200, 00 EUR. Het beroep dient te worden ingesteld middels verzoekschrift tot nietigverklaring. In dringende zaken kan een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid worden ingediend.

Bindende adviezen kunnen eveneens aangevochten worden ( op grond van de theorie van de complexe administratieve handelingen ) (1.2)

2.Dit beroep kan ingesteld worden door dezelfde personen die ook een administratief beroep konden instellen tegen een in eerste aanleg genomen beslissing, meer bepaald:

  • de aanvrager;
  • het betrokken publiek (dit begrip wordt ruim gedefinieerd);
  • de leidend ambtenaar van de adviesinstanties zo om advies werd verzocht;
  • het college van burgemeester en schepenen zo om advies werd verzocht;
  • de leidend ambtenaar van het Departement leefmilieu, Natuur en Energie;
  • de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.

De persoon die heeft nagelaten om de vergunningsbeslissing aan te vechten door een administratief beroep, kan zich niet meer wenden tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

"Betrokken publiek" wordt belicht met art 2,1°OVD ( "elke natuurlijke persoon of rechtspersoon of vereniging (...) die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt of belanghebbende is...") (2)

3.Uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen omtrent een omgevingsvergunning, genomen in laatste in administratieve aanleg, kunnen enkel nog voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

4.De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen dient, op straffe van onontvankelijkheid, ingesteld worden binnen een termijn van 45 dagen die ingaat op de dag na datum van de betekening, of de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing. Deze raad is dus bevoegd om over de wettigheid van de getroffen besluiten te oordelen. Haar arresten hebben gezag van gewijsde (3).

5.Deze heeft ook een injunctieplicht tav de instanties van actief bestuur: .i)  verplichten bepaalde rechtsregels of rechtsbeginselen toe te passen, (vb. zorgvuldiger onderzoeken aspect van ruimtelijke ordening), ii) opleggen van proceduriële handelingen ( nieuw openbaar onderzoek, inwinnen van een nieuw advies ),iii) verbieden dat bepaalde  onregelmatige of kennelijk onredelijke motieven bij de nieuwe beslissing betrekken.

6.Tevens heeft deze een substitutiebevoegdheid ( in 2021 nog uitgebreid ) waar deze bij een gebonden beslissing in de plaats van de instantie van actief bestuur kan optreden ( tot op heden toegepast bij weigering ) en dit om procedure-carrousels te vermijden (4)

7.Art. 35, 3de lid,3° DBRC-Decreet stelt dat een schending van een norm of rechtsbeginsel - uitgezonderd regels die de openbare orde aanbelangen - niet langer tot vernietiging van de bestreden beslissing leiden, indien de partij die de schending aanvoert, kennelijk verzuimd heeft de ingeroepen onwettigheid aan te voeren op het nuttige ogenblik waarop deze kon worden aangevoerd tijdens de bestuurlijke  procedure.

Dit houdt evenwel niet in dat een partij haar belang bij het middel zou verliezen indien zij niet (schriftelijk) reageert op het verslag van de P.O.A. noch gebruik maakt van de mogelijkheid om op de hoorzitting te repliceren.(5)

8.In de regel geldt de attentieplicht. Wanneer een onregelmatigheid niet van openbare orde is, kan de rechter dit in de regel niet ambtshalve inroepen.

De Raad van State oordeelde al vroeger dat stilzitten van de belanghebbende niet gesanctioneerd mag worden zeker niet bij bewuste fout van het bestuur (6)

Het grondwettelijk hof gaat nog een stap verder. Deze oordeelt dat deze attentieplicht ongrondwettig is met de bekommernis de beperkingen tot toegang van de rechter zo veel mogelijk uit te sluiten. (7)

Artikel 2244 OBW is in die zin aangepast.( zie ook: J.Hoofd, 5 jaar omgevingsvergunning in de rechtspraak van de RvVb, TROS -108 -2022, 315 )

(1.1) Cass. 27.9.2024, TBO 2024, p. 174

(1.2) RvVb 9.3.2023, A-223-0631 ( zie ook (Senaeve, De (on)bevoegdheid van de RvVb, TROS, 120, 2025, p. 394

(2) T.Verelst, Het belang bij de RvVb, MER, juli-sep. 2023, p. 137

(3) RvVb,,14.1.2020, nr RvVb-A-1920-0446

(4) zie uitgebreid commentaar Y.Smeets, De scheiding der machten in het Vlaams omgevingsrecht ..., TROS 105, 2022, p.23 e.v.

(5) Cass.16.6.2022, nr.C.21.0319.N, met noot PJ Defoort, TROS -107-2022, 277